Een collectie bestaat doorgaans uit meerdere bewijsstukken, elk met eigen feedback. Het beoordelingsmodel van een opdracht bepaalt hoe deze afzonderlijke stukken feedback samenkomen in één totaalresultaat.
Je stelt het beoordelingsmodel van een opdracht in via de opdrachteditor. Navigeer naar het tabblad 'Beoordelingsmodel' bovenaan de pagina en klik op 'Bewerken' om te beginnen.
Het beoordelingsmodel bestaat grofweg uit drie hoofdthema's: context, beoordelen en werkwijze.
De titel van het beoordelingsmodel bepaalt de naam van de (eind)beoordelingsstap in de tijdlijn. Kies een naam die bij je werkwijze past.
Werk je bijvoorbeeld toe naar een afsluitend gesprek, dan is "Eindgesprek" een logische weergavenaam.

De beschrijving van het beoordelingsmodel geeft alvast de richtlijnen of verwachtingen aan waarop de collectie beoordeeld wordt. Zo weten studenten vooraf wat de eisen zijn. Dit onderdeel is zichtbaar voor zowel studenten als docenten.

Wil je feedbackinstructies voor de eindbeoordeling meegeven die alleen voor andere docenten zichtbaar zijn, dan doe je dat hier.


Het beoordelingsschema bepaalt het standaardschema voor de hele opdracht, en het verplichte schema voor de algehele beoordeling. Er zijn veel soorten beoordelingsschema's om uit te kiezen.
Docenten kunnen bij afzonderlijke activiteiten van het gekozen beoordelingsschema afwijken als ze dat willen.
Het puntentotaal vertegenwoordigt wat een perfecte score binnen de opdracht is. Je kunt een student nog steeds een hogere score geven, maar het resulterende cijfer wordt afgetopt op basis van de waarde die je hier instelt.

In dit voorbeeld zou het puntentotaal op 10 punten staan.
De instelling voor het puntentotaal heeft invloed op het volgende:
Hoe verhoudt het eJournal-cijfer zich tot het cijfer in je LMS?
Wanneer je eJournal voor het eerst via je LMS instelt, is het puntentotaal gebaseerd op de opdrachtinstellingen in je LMS.
Het eJournal-cijfer wordt geschaald ten opzichte van het puntentotaal en vervolgens naar je LMS gestuurd. Wil je dus een directe relatie tussen het eJournal-cijfer en het LMS-cijfer houden, gebruik dan dezelfde waarde.
Door een standaard rubric in te stellen, maak je transparant wat de beoordelingscriteria voor de algehele beoordeling zijn.
De rubric wordt standaard geselecteerd wanneer je een algehele beoordeling toevoegt aan een collectie. Docenten kunnen echter nog steeds een andere rubric gebruiken als de situatie daarom vraagt.
Heb je gekozen om met een beoordelingsschema op basis van punten te werken, dan kun je de som van de punten die aan elke afzonderlijke activiteit zijn toegekend automatisch in het totaalresultaat van een collectie meenemen.

Het voordeel van deze werkwijze is dat punten die aan een afzonderlijke activiteit zijn toegekend automatisch bij het totaalresultaat worden opgeteld en, mits zo ingesteld, ook automatisch met je LMS worden gedeeld.
Je kunt de puntensom nog steeds combineren met andere scores, zoals die uit een rubric of bonuspunten die je handmatig toekent.


Met de instelling Indienen ter beoordeling moeten studenten hun collectie expliciet ter beoordeling indienen. Deze werkwijze past goed bij situaties waarin studenten over verschillende periodes aan hun collectie werken. Zodra een student zijn collectie af heeft, kan hij die indienen om zijn docenten te laten weten dat het werk klaar is om beoordeeld te worden.
Als je deze werkwijze inschakelt, kun je kiezen of ingediende collecties vergrendeld moeten worden.
Deze instelling bepaalt of studenten hun collectie kunnen blijven bewerken, ook nadat zij hem ter beoordeling hebben ingediend.
Staat deze instelling aan, dan wordt een collectie bij het indienen vergrendeld. Studenten kunnen het indienen dan niet zelf ongedaan maken: zo blijft de collectie gegarandeerd ongewijzigd.

Met eJournal kun je aansluiten bij de begeleidingswerkwijze van je voorkeur. Wanneer moet het werk van studenten zichtbaar zijn? Welke stappen moet een docent zetten wanneer een student nieuw werk indient?